|
Inleiding
Vissen is hartstikke leuk en een mooie sport,
je bent lekker buiten in de natuur en het is niet eens erg duur want
voor een paar € 10 heb je al een aardig hengeltje kompleet met een
tuigje. Dan moet je alleen nog maar wat aas (brood, maden, wormen)
opzoeken en je kan direct aan de slag.
Viswater hebben we in Nederland gelukkig heel veel en als je nog geen 15
jaar oud bent en met een gewone vaste hengel wilt gaan vissen (met
brood, maden of iets dergelijks als aas) heb je niet eens een visakte
nodig! Maar let op, als je met een spinner of plug op
bijvoorbeeld snoek of baars gaat vissen, dan heb je wel altijd een
Visakte nodig en deze kan je bij het postkantoor kopen.
Vaste
hengel
Van
eenvoudig telescoop hengeltje voor "op vakantie" tot een 10 meter lange
oversteekhengels voor de jeugdige professionele wedstrijdvisser. Hier
laten we wat vaste hengels zien.

Maar wat ook zeer belangrijk is, pas op voor onweer en
hoogspanningskabels, want een lange carbonhengel is een echte
bliksemafleider ! Er zijn helaas al veel ongelukken gebeurd met
carbonhengels in het verleden.

Wat je nodig
hebt is een vaste dobberstok die tegenwoordig variëren van 5 meter t/m
14 meter. We beginnen ons eerste vis avontuur natuurlijk met een stok
van ongeveer 6 meter lengte.
|

|
Naast de
vaste stok hebben we een dobber nodig die we gaan gebruiken voor
het witvisvissen.
Deze moet absoluut klein zijn ("licht vissen"), zodat de vis
bijna geen weerstand voelt tijdens de aanbeet.
Op de meeste dobbers staat het gewicht aangegeven waarmee deze
uitgelood moet worden.
We loden de dobber zo uit dat net het bovenste gedeelte van de
dobber (de antenne) boven het water uitsteekt.
De loodhageltjes knijp je boven de onderlijn (haaklijn), zodat
eventueel tijdens het vissen een andere onderlijn (haaklijn)
eenvoudig en snel gemonteerd kan worden.
Als dit allemaal gebeurt is moet je alleen nog maar de dobber op
de juiste diepte afstellen door deze op de vislijn omhoog of
omlaag te schuiven. |

Voor het vissen
maak je eerst een voerplek aan om de vis op deze voer plaats te houden
tijdens het vissen. Om het kwartier gooi je een kleine hoeveelheid voer
op de plaats bij, zodat de vis in de buurt van de dobber blijft. Het
voer is in verschillende geuren en kleuren verkrijgbaar in de
hengelsportwinkel. Probeer eerst een allround voertje dat zeker garant
staat voor de eerste voorn die je wilt vangen.
Als je met de
vaste hengel in de koude wintermaanden vist, gebruik dan een dunne lijn
(8 of 10/00), licht pennetje (0,5 tot 0,75 gram), kleine haak en klein
aas. Niet teveel voeren en zorgen dat je voer een beetje donker is en
het vocht lang laten intrekken in het voer. Samengevat: lichter,
subtieler vissen en voeren. En extra geduld is ook handig: de vis
beweegt en aast in s-l-a-k-k-e-n-tempo.
Als de lente een beetje gaat doorzetten kun je weer zoals normaal
vissen: de paaitijd komt er dan aan, het water warmt op, de vissen
worden door de warmte actiever en eten flink om zich voor te bereiden op
de paaitijd.
Werphengel
Het is aan te raden om met een vaste hengel te beginnen met
vissen maar er komt altijd een moment dat je met een werphengel aan de
slag wilt. Al is het alleen maar om het gevoel dat je er zo lekker ver
mee kunt uitgooien! En soepel een beetje draaien aan een molentje is ook
altijd leuk. Niet iedereen wil immers "gewoon" naar een dobbertje gaan
zitten turen.
|

|
Een belangrijke tip.... Als je nu een beetje rond loopt te
"zeulen" met je werphengeltje in je hand, zorg er dan WEL voor
dat de hengeltop altijd naar achteren wijst, want anders breek
je meteen je "toppie" als je per ongeluk de grond raakt en dat
is natuurlijk zonde van je mooie hengeltje en je kostbare
zakgeld. |
Ieder werpmolen
heeft een kenmerkende ratio die in direct verband staat met de
inhaalsnelheid, dit is de hoeveelheid lijn die per slingerdraai op de
spoel wordt gelegd. Nu heeft die inhaalsnelheid in feite nooit een vaste
waard. Is de molenspoel voor de helft leeg, dan ligt de inhaalsnelheid
veel lager dan wanneer de spoel tot tegen de rand gevuld is. Perfect
opspoelen, wil zeggen dat de lijn op zo´n 2 mm van de spoelrand ligt. De
ratio van een werpmolen wordt als volgt aangeduid: 5:1. Dat wil zeggen
dat de spoel 5 maal ronddraait per volledige omwenteling van de slinger.
De formule om
de inhaalsnelheid (IS) te berekenen ziet er als volgt uit:
IS PER
SLINGERDRAAI = (DIAMETER VAN DE SPOEL - 2 mm) X 3,14 X RATIO
Een werpmolen
met een spoeldiameter van 36 mm en een ratio van 5,3:1 geeft het
volgende resultaat:
IS = (36 - 2 mm) x 3,14 x 5,3 = 565,8 mm = 57 cm per slingerdraai.
Winkle
Picker
|
Voor het
witvissen (voorn, brasem en zo) kan je ook een Winkle
Picker setje (dus een werphengel mét molen) gebruiken.
Een Winkle Picker is een werphengel met een extra dun topje. Het
topje is dan ook je beetverklikker en je gebruikt geen dobber.
|
 |
|
 |
Je vist met een voerkorfje en als aas bijvoorbeeld maden of
wormen. Dan gooi je in op een plek in het water waar je denkt
dat de vissen zitten en dan draai je de boel langzaam
strak. De hengel leg je dan een beetje schuin opzij en dan moet
je goed goed de top van de hengel in de gaten houden ! Als een
vis in je aas bijt, dan begint de top direct te bibberen en
trillen, dus even wachten......aanslaan ! Met een beetje geluk
en veel oefenen kan je zo heel veel vissen vangen. |
Standaard
benodigdheden
Zitstoel
|

|
Tja, op de grond zitten aan de waterkant is helemaal niets
waard,
want meestal krijg je dan een nat achterwerk en daar zal je
moeder ook niet echt blij mee zijn.... Dus een prima reden om je
vader of moeder te vragen om deze hele handige stoel voor je te
kopen. Het is een stoel en een tas in één! Zo heb je altijd een
stoeltje om op te zitten en een tas om je spullen in te doen.

|
Loodjes
|

|
Loodjes! Hoe vaak zit je niet aan de waterkant om een
paar loodjes verlegen? In een verzameldoosje zitten alle
belangrijke maten loodjes die je nodig hebt om je dobbertje goed
af te stellen. Een tip; doe het doosje steeds meteen weer dicht
nadat je een paar loodjes hebt gepakt, want anders vallen ze
gegarandeerd er allemaal uit op het moment dat je het uit je
handen laat
vallen. |

|
Een van de
belangrijkste attributen op de lijn is het lood, zonder lood krijg je
het aas veel moeilijker op de gewenste visdiepte en op de juiste
visafstand. Het is er in vele soorten bijvoorbeeld: hagellood wordt
veel gebruikt bij het match vissen, styllood voor het uitloden van alle
denkbare lijnen die gebruikt worden voor de vaste stok, schuiflood voor
een loodmontage waarbij de lijn zich vrijelijk door het lood kan
bewegen, ankerlood voor een paternostersysteeem, torpille lood om het
lood te groeperen en nog veel meer.
|
Styllood |
Hagellood |
Olivette |
|
No. |
Gewicht
[gram] |
No. |
Gewicht
[gram] |
No. |
Gewicht
[gram] |
|
20 |
0,302 |
SSG |
1,89 |
nr. 2 |
0,50 |
|
18 |
0,219 |
AAA |
0,81 |
nr. 3 |
0,70 |
|
16 |
0,152 |
BB |
0,40 |
nr. 4 |
1,00 |
|
15 |
0,126 |
1 |
0,28 |
nr
5 |
1,25 |
|
14 |
0,102 |
3 |
0,20 |
nr
6 |
1,50 |
|
13 |
0,082 |
4 |
0,17 |
nr. 7 |
1,75 |
|
12 |
0,064 |
5 |
0,13 |
nr. 8 |
2,00 |
|
11 |
0,048 |
6 |
0,10 |
nr. 9 |
2,25 |
|
10 |
0,035 |
7 |
0,08 |
nr. 10 |
2,50 |
|
9 |
0,025 |
8 |
0,06 |
nr. 11 |
2,75 |
|
8 |
0,017 |
9 |
0,05 |
nr. 12 |
3,00 |
|
7 |
0,010 |
|
|
|
|
|
De
aanduidingen op de verschillende soorten lood zijn niet gelijk
en kijk maar eens in de tabel hiernaast. Je ziet dat er grote
verschillen zijn in aanduiding in combinatie met gewicht.
Wanneer
welk lood hangt af van de omstandigheden, in stromend water kan
je beter een toevlucht zoeken tot torpille lood of olivette's
dit in verband met de compacte vorm van het lood. Terwijl
styllood uitstekend zijn diensten kan bewijzen in stilstaand
water. Je ziet dat verschillende omstandigheden verschillende
loodvormen vragen.
|

 |
Haakjes
Niets is zo belangrijk als de haak die aan het uiteinde van de
vislijn geknoopt is.
|
Er zijn
enkele basisvormen; de Limerick en de Round Bend. Daar heb je
dan ook tientallen afgeleiden vormen van. Kijk maar bij een
winkelier in zijn assortiment, en zoek daar maar een Limerick
model op, en als je dan gaat vergelijken tussen de verschillende
merken, dan zul je zien dat elk merk daar zijn eigen indeling
van heeft. Om ze te verbinden met de lijn heb je haken met een
oogje of met een zogenaamd "bledje". Nu kan het oogje ook nog in
verschillende standen staan namelijk in het verlengde van de
steel of opwaarts of neerwaarts.
De maten
worden aangeduid met cijfers waarbij hoe hoger het cijfer hoe
kleiner de haak, bijvoorbeeld 2 is een grote haak, 20 is een
kleine haak. Nu is het wel zo dat een bepaalde maat haak wel met
een verschillende steellengte of draaddikte te verkrijgen is. |

|
|

|
Wat de
draaddikte betreft zal je deze moeten afstemmen op het gebruikte
aas, als je levend aas gebruikt zal je haak dunner van draad
moeten zijn om het aas zo min mogelijk te beschadigen, denk maar
aan maden of wormen Maar een haak gemaakt van een dunne draad
heeft meer kans op breken of buigen. De vissoort waar je op vist
bepaald ook nog de gebruikte haak zo heeft een karper een
stevigere haak nodig in verband met een langere dril dan een
brasem. Het is een kwestie van een compromis tussen
verschillende zaken zoals vissoort, aas en vistechniek. |
Lijnen
Er zijn maar enkele soorten vislijnen: "enkeldraads nylon" en
"gevlochten lijnen". En
die zijn weer in verschillende uitvoeringen te verkrijgen. Enkeldraads
nylon is verkrijgbaar in zacht, hard, drijvend en een zinkende
uitvoering. Gevlochten lijnen zijn gefabriceerd uit verschillende
materialen b.v. Dyneema, Kevlar.
De
verschillende lijnen hebben ieder hun eigen toepassing gekregen. Zoals
gevlochten lijnen voor "biggame fishing" en soms wel in het binnenwater
voor het slepen van kunstaas achter een bootje. Maar enkeldraads nylon
wordt waarschijnlijk toch wel het meest gebruikt, denkt bijvoorbeeld
maar aan het vissen met de vaste stok of het match vissen.
|
Enkeldraads
Nylon |
Gevlochten
Dyneema lijn |
|
Lijndikte
[mm] |
Treksterkte
[kg] |
Lijndikte
[mm] |
Treksterkte
[kg] |
|
0,06 |
0,40 |
0,12 |
4,4 |
|
0,08 |
0,70 |
0,14 |
5,8 |
|
0,10 |
1,00 |
0,16 |
7,5 |
|
0,12 |
1,50 |
0,18 |
11,4 |
|
0,14 |
2,00 |
0,20 |
15,3 |
|
0,16 |
3,00 |
0,25 |
19,4 |
|
0,20 |
4,00 |
0,30 |
24,6 |
|
0,23 |
5,00 |
0,40 |
32,4 |
|
0,26 |
6,00 |
0,50 |
39,6 |
|
0,28 |
7,00 |
0,60 |
56,4 |
|
0,31 |
7,50 |
treksterkte is richtwaarde |
|
0,33 |
8,00 |
|
|
|
treksterkte is richtwaarde |
|
|
|

Lijnen
zijn in verschillende diktes te koop, waar men op moet moet
letten is dat men de juiste lijndikte met de verschillende
technieken gebruikt b.v als men gaat plugvissen met pluggen van
30 gram moet men geen 18/100 gebruiken maar natuurlijk 35/100,
vis in ieder geval zo zwaar als de omstandigheden het toelaten. |
Dobbers
Een ander belangrijk onderdeel op de vislijn is de dobber. De dobber
dient ten eerste om de beet te verklikken, en ten tweede om een
indicatie te geven van de omstandigheden, staat er veel stroom, is er
onderstroming aanwezig.
Er zijn nogal
wat verschillende soorten dobbers, maar ze zijn onder te brengen in drie
groepen: 
-
stilstaand water,
-
traagstromend water
-
en
stromend water.
|
 |
 |
 |
Voor stilstaand
water zijn de lange slanke dobbers (het Tesse model) uitermate geschikt,
een echte allrounder zijn diegene met een drijflichaam in de vorm van
een waterdruppel, inzetbaar in stilstaand water en in traag stromend
water. In stromend water wordt voornamelijk de bolronde modellen met een
hoog drijfvermogen gebruikt.
Een belangrijk
onderdeel is de onderantenne, de waterdruppel of een bolrond model met
een lange onderantenne staat veel stabieler in het water dan een soort
genoot met kortere antenne. De lengte van de onderantenne moet toch
minimaal anderhalf keer de lengte van het drijflichaam lang zijn.
De antenne moet
goed zichtbaar zijn, daarom is het belangrijk om antennes van
verschillende kleuren bij te hebben, zodat als het nodig is, er een
andere antenne op de dobber gezet kan worden. Dit kan natuurlijk alleen
op beetverklikkers die de mogelijkheid hebben om de antenne te
verwisselen, daarom kan het ook geen kwaad om dobbers met verschillende
kleuren antennes bij te hebben.
Viskoffer

|
 |
Viskoffers
(ook wel Tackle Boxen genoemd) zijn er in diverse soorten en
kleurstellingen. Begin je net met vissen en heb je nog maar
weinig spulletjes, dan heb je vanzelfsprekend ook geen
ingewikkelde of grote koffer nodig. Hiernaast, links, staat
bijvoorbeeld een heel simpel koffertje afgebeeld, erg handig
voor tuigjes, loodjes en ga zo maar door. Probeer wel een klein
beetje vooruit te denken want op den duur krijg je wel steeds
meer spulletjes en dan zou het jammer zijn als het al niet meer
in je pas aangeschafte nieuwe koffertje past. |
Kikkertjes
|
Nog een
handig dingetje.....een setje "kikkertjes" op een kunststof
buisje. Kikkertjes zijn twee metalen lusjes waar je je nylon
draad omheen kunt draaien als je met een vaste hengel en een
tuigje vist. Normaal gesproken moeten die dingen op een heel
ingewikkelde manier op de top van je hengel met lijm vast
gemaakt worden, maar nu hoef je alleen maar het kunststof buisje
er overheen te schuiven, even stevig aandrukken en klaar is Kees
! |

|
Bron: Website ERHV
“de Waal” (http://www.erhv-dewaal.nl)
|