|
Tips en Trucs in de sportvisserij. Vele sportvissers houden
ervan om hun geheimen voor zich zelf te houden. Dat is jammer en mag
eigenlijk niet gebeuren. Zelfs de grote jongens in het
wedstrijdvissen zullen je niet te veel vertellen. Daarom beginnen we
al vanaf nu met onze tips en trucs over het sportvissen. Vind je het
interessant ? Print het dan netjes uit en vroeg of laat zullen de
onderstaande tips en trucs je het nodige profijt in het
sportvissen brengen. Nu hier komen ze dan………
Algemeen
-
Maak een lijst van je mee te nemen visspullen voor een
viswedstrijd,en sorteer de overtollige ballast, het scheelt je
een hoop gewicht en je vergeet niets.
-
Uitpeilen van je visplaats moet zeer nauwkeurig gebeuren, peil
op meerdere plaatsen uit. Het puntje van de dobber moet juist
uit het water te zien zijn. Indien goed uitgepeild en je
verwacht brasem...schuif niet met de dobber maar met het
onderste loodje van de lijn of onderlijn hierdoor zal het aas
over de bodem gaan zweven en dit is juist het ideale voor de
brasem. Men noemt het ook wel zwevend vissen.
-
Zet geen regenscherm op als er wind is. De wind kan zeer
plotseling van richting veranderen met alle gevolgen van dien.
Een regenscherm is geen windscherm, al denken sommige vissers er
anders over. Een pak laten drogen is goedkoper dan een mooi
regenscherm opnieuw te moeten kopen.
-
Ga
je oefenen op een bepaald viswater probeer dan zoveel mogelijk
uit. Nu heb je er de tijd voor. Tijdens een viswedstrijd is er
te weinig tijd om iets uit te proberen.
-
Zorg er altijd voor dat uw vlonder stabiel en veilig wegzet. Op
hele steile hellingen is het raadzaam de vlonder iets achterover
te zetten. Met een goed geplaatste vlonder vist u zonder zorgen
en dus stukken beter.
-
Koop een kleine visteller en maak hem vast aan je visplateau. Je
kan dan altijd aflezen hoeveel vis je gevangen hebt, en dat is
zo handig. De traditionele vraag....meneer hoeveel heb je er al
is hiermede opgelost.
-
Maak na iedere visdag je hengelspullen goed schoon, en doe een
beetje vaseline op het insteek gedeelte van de hengel. Bij regen
merk je eerst goed wat het betekent om een hengel niet uit
elkaar te krijgen.
-
Vergeet nooit je vergunning of vergunningen. Zonder vergunning
ben je zwartvisser en bij de wet strafbaar. Het zal je maar eens
gebeuren.
-
Heb je toevallig een haakje in de vinger gekregen, knip dan het
gedeelte met de punt en weerhaak af met een tangetje. Trek nu de
haak voorzichtig terug. Het is maar een weet.
-
Bij opkomend onweer snel de zaken inpakken en weg wezen. Vele
hengels zijn gemaakt uit carbon, een zeer goede geleider voor
bliksem. Op de meeste hengels staat een tekentje met de bliksem
erop. Dit staat er niet voor niets. Laat nooit rommel, vissnoer,
blikjes en andere dingen achter aan de waterkant. Ook onze jeugd
moet verder kunnen vissen. Vogels kunnen in het oude vissnoer
blijven hangen en zich verwonden. Denk dus hieraan!
-
Steek een rolletje pedaalemmer vuilniszakjes in je vistas, het
kost bijna niets, het neemt geen plaats in en is handig om je
vuilnis terug mee te nemen naar huis. Laat nooit geen losse
draad en gebruikte haken slingeren dit kan voor vele dieren oa
vogels die de restjes van je voer komen opeten fataal aflopen.
-
Luchtdrukveranderingen hebben invloed op vissen. Zij worden dan
passief. Een passieve vis zal niet bijten, omdat hij op dat
moment geen interesse voor voedsel heeft. Zijn houding is dan
naar de bodem gericht.
-
Een gewonde vis laat een geur achter die wordt ontvangen door
zijn soortgenoten. Er wordt beweerd dat teruggelaten brasem zijn
hele familie waarschuwt, zodat je niet meer op een goede vangst
hoeft te rekenen.
-
Ook vissen bouwen in de loop van hun leven een bepaalde
levenservaring op. Oudere vissen kunnen bijvoorbeeld beter
jagen, de jonge vis jaagt nog op zijn instinct. Ook voelt de
oudere vis de ongunstige en gunstige factoren van het weer beter
aan dan de jongere vissen.
-
Een vis ervaart geluiden via zijn 'oren' (zakjes in de kop aan
beide kanten van de schedel), maar ook door middel van de
schubbenstreep op zijn flanken die afwijkend gekleurd is.
Kijk dus goed uit dat je op de kant of in een bootje rustig
bent; de vis is snel verjaagd en laat zich dan voorlopig niet
meer zien.

Materiaal
-
Maak steeds een redelijk aantal onderlijntjes thuis klaar en
niet aan de waterkant. Maak er van verschillende dikte en
lengte. Zeker niet gaan prutsen tijdens een viswedstrijd, je
ziet het steeds opnieuw. Nogmaals de viswedstrijd tijd is
beperkt.
-
Een nieuw gemaakte vislijn kan zeer gemakkelijk thuis uitgelood
worden. Je kan een oude pvc afvoerbuis hiervoor gebruiken. Neem
de pvc buis ongeveer 1 meter lang. Maak de onderzijde dicht met
een passende pvc stop. Vastlijmen, water erin en klaar. Doe
tijdens het uitloden een paar druppels afwasmiddel in de
pijlkoker. Dit voorkomt dat het water bol gaat staan.
-
Hetzelfde systeem kan je gebruiken om je dure hengels te
vervoeren. Dus een pvc afvoerbuis van 2 meter kopen. 1 passend
deksel en 1 insteek schroefdraad systeem. Het insteek
schroefdraad systeem is nodig om straks je pvc deksel vast te
kunnen schroeven. Meet je langste hengel op en tel er 10 cm bij.
Nu afzagen, en het schroefdraad systeem in de buis steken en
vastlijmen met pvc lijm. Eenmaal droog kan je het deksel erop
schroeven en je hebt weer zelf iets nuttig gebouwd.
-
Lood je dobber zo uit...de dikke loodjes boven op het lijntje en
de kleine loodjes onderaan. Zo zal de vis veel minder weerstand
voelen. Wel de loodjes goed verdelen op het lijntje. Veel
beginnende vissers maken deze fout.
-
Veel
vissers gebruiken hun tanden om loodjes vast te
zetten. Dat is niet echt gezond voor het gebit, maar
vaak wordt er vergeten dat het ook niet goed is voor
het nylon. De loodjes worden op deze manier namelijk
niet gelijkmatig vastgezet, wat beschadigingen aan
het nylon tot gevolg kan hebben. Daarom is het aan
te raden om loodhagels aan te knijpen met een
daarvoor bestemde pincet.
|
 |
-
Peillood gaat nog al eens verloren of blijft tussen de stenen
hangen. Neem een klein stukje fijne spons. Snij er een reepje af
en rol het op. Neem een stripje lood, en wikkel het om het
reepje spons. Hang nu het vishaakje in het sponsreepje. Als je
vast komt te zitten verlies je alleen een zelfgemaakt goedkoop
peilloodje.
-
Koop haakjes met lange steel nummer 12 van een goed merk. Je kan
ze zeer goed gebruiken voor de made of de worm , zelfs dikke
muggenlarven kan je er goed opsteken. De grote van haak moet je
wel aanpassen aan de vissoort.
-
Ga
je op voorn vissen, vis dan met dun vissnoer 0.06 mm en 0.08 mm
zijn de meest courante diktes. Ga in ieder geval niet dikker
vissen. Als er brasem verwacht wordt kan je 0.10 mm van
onderlijn gebruiken.
-
Gebruik nooit of zelden een leefnet tijdens een oefensessie.
Gebruik je toch een visnet kijk dan regelmatig of het visnet nog
voldoende en gestrekt in het water ligt. Dit komt de vissen
zeker ten goede. Is het water waarin u vist ondiep, maak dan
gebruik van een extra steun om het net gestrekt te houden.
-
Gewicht aan het leefnet doe je aan de binnenkant van het net,
als je het aan de buitenkant doet kan het vast gaan zitten aan
stenen of andere obstakels aan de bodem en trek je je net kapot.
-
Gebruik een leefnet dat groot genoeg is, denk aan de wedstrijd
normen voor het leefnet . Deze staan meestal in de statuten van
iedere visclub.
-
Vis je een wedstrijd op kleine voorntjes en aantal, let dan op.
Het leefnet steeds recht voor je zetten en niet rechts of links.
Valt er een spartelend voorntje af dan valt het wel in het
leefnet en niet terug in het water. Verlies van puntjes in het
klassement. Dit is een blunder die vele wedstrijdvissers maken.
-
Koop een leefnet dat niet te fijnmazig is, want anders hoe
harder het stroomt, des te meer het net weg zal drijven. Als het
leefnet toch weg stroomt, pak dan een plastik tas en doe hier
wat stenen in en bind hem vast aan de onderkant van het net. Dit
is een prima verzwaring om het net tegen te houden.
-
Reparatie van een leefnet is zeer goed en gemakkelijk te doen.
Gebruikt vistouw van "Hepron" bijvoorbeeld. Of gebruik vissnoer.
Kijk wel regelmatig na iedere viswedstrijd je leefnet na op
gaatjes en maak ze onmiddellijk. De wedstrijdvissers die na een
wedstrijd een aantal vissen missen zijn zelf schuld hieraan.
-
Een gebruikt leefnet thuis met schoon water uitspoelen. Je kan
ook een hogedrukspuit gebruiken, dit gaat uitstekend. Je kan het
leefnet ook in een grote bak leggen , doe er waspoeder over en
giet er lauwwarm water op. Een nachtje laten intrekken,
uitspoelen met zuiver water en je leefnet is weer als nieuw.
-
Bij vele aluminium vlonders zijn 4 zwarte kunststof schroeven
bij geleverd. Na een bepaalde tijd zullen deze kunststof
schroeven barsten. Vervang ze door roestvrij stalen schroeven ,
meestal nummer 13. Je zou niet de eerste zijn die in het water
plonst met alle gevolgen van dien.
-
Let bij de aankoop van een hengel op, dat het laatste dunste
deel kan verwisseld worden. Veel lange hengels tegenwoordig
hebben de laatste 2 delen telescopisch, waardoor je niet van
topje kan veranderen, bijvoorbeeld om te zinken met het potje of
met de dobber te vissen. Dus het dunste deel moet verwisselbaar
zijn.
-
Koop je een wedstrijd hengel ,meet de lengte juist op. Zeer vele
wedstrijd hengels hebben niet de ware lengte die op de hengel
staat. Bijvoorbeeld 9.50 moet 9 meter vijftig zijn en niet
minder. Je betaalt er al genoeg voor. Vele firma's doen dit met
opzet denk ik. 10 cm hier en daar, ja we kennen dat.
-
Bij de aanschaf van een feederhengel vraag aan de hengelsport
zaak winkelier of hij ook verschillende feeder topjes heeft voor
die bepaalde hengel. Heeft hij geen passende en verschillende
topjes , koop de hengel niet en ga in een andere zaak kijken. Ik
weet van meespreken.....dure feederhengel en geen reserve
topjes.
-
Bij het feedervissen maak steeds een elastiekje tussen het
onderlijntje vast, hierdoor heb je veel minder missers. De
elastiek neemt namelijk de schokken op van de vechtende dikke
vis.
-
Een elastiekje is zeer gemakkelijk te maken van top elastiek
voor de vaste hengel. Hou de elastiek tussen wijsvinger en duim,
met de rechter vingers draaien naar rechts, met de linker
vingers draaien naar links. Het elastiekje moet ongeveer 10 cm
lang zijn.

-
Bij
de aankoop van een nieuwe viskoffer is een draagriem
bij geleverd. Echter die zijn veel te smal. Dus koop
een viskoffer zonder riem. Ga naar een auto
schroothandelaar en vraag naar een
veiligheidsgordel....nieuw of gebruikt. Die zijn
namelijk veel breder en enorm sterk. Maak de riem op
gewenste lengte. Het voelt zich nu al veel prettiger
aan om de viskoffer te dragen.
-
Vele
vissers hebben tegenwoordig een visvlonder. Onderaan
zitten meestal kunststof klemmen om de vlonder
pootjes in te klikken. Echter ze breken zeer snel af
en je hebt weer een probleem. Verwissel de kunststof
klemmen door roestvrij metalen klemmen. De maat
hiervan als je klemmetjes koopt is 16. Ze zijn bij
de Gamma meestal in verschillende maten te koop.
Koop er wel een klein aantal in reserve. De
schroefjes zitten in het pakje bijgeleverd.
|
 |
-
Van een oude
vishengel kan je een uitstekend schepnetsteel maken , dus
nooit weggooien.
-
Maak je
feederkorven zelf. Ga naar een fotograaf en vraag naar
zwarte filmrolletjes. Maak er gaatjes in met een riementang.
Snij de bodem eruit en doe er feederlood aan. Vergeet niet
om een oorringetje om het feederlood te doen. Je vangt er
geen vis minder mee, maar hebt wel geld bespaard.
-
Heb je diepte
van je visstek eenmaal bepaald, dan wil je dat je hier de
rest van de sessie op kunt vertrouwen. Markeer de
waterdiepte daarom met een speciale markerstift. Dit doe je
door de haak op een vast punt punt (bijv. het laatste
hengeldeel van de topset) vast te zetten en de plaats van de
bovenantenne op de hengel te markeren. Voor een staande haak
houd je deze diepte aan en wil je zwaarder op de bodem
vissen, dan schuif je de dobber tot zo´n 30 centimeter boven
de markeerstreep. Je kunt altijd weer terug naar de
beginsituatie door de bovenkant van de antenne tegen het
streepje te zetten.
-
Welk type
lood men ook op de lijn zet, altijd zal de lijn op een
bepaalde plaats en in bepaalde maten worden samengeperst.
Wanneer men dat lood al dan niet met opzet verschuift, zal
de lijn beschadigen of beschadigd zijn. Dat komt de sterkte
van de lijn niet ten goede. Een trucje is dat men met
speeksel, tussen de vingers of gewoon even tussen de lippen,
de lijn bevochtigt en dan wordt pas het lood aangedrukt.
-
Met een dunne
lijn kun je verder werpen dan met een dikke lijn en
bovendien krijgt de stroom er minder vat op.
-
Heel veel
jongere vissers (en oudere vissers) winden de vislijn veel
te strak om hun tuigenrekje. Daardoor wordt de lijn constant
uitgerekt en zodat op den duur de rek er uit is. Daarom is
het verstandig om de lijn vooral niet te strak op te winden
en door het lusje aan de uiteinde van de lijn een elastiekje
te doen. Dat elastiekje kun je dan vastzetten om het
uiteinde van het rekje.
-
Om slijtage
van je hengeldelen te beperken, kun je op de uiteinden van
de hengel (dat zijn de delen die in elkaar worden gestoken)
met kaarsvet insmeren, maak ze wel eerst schoon van zand en
modder. Een ander voordeel is bovendien dat de hengeldelen
bij vochtig weer niet snel vast komen te zitten.
-
Probeer je
schepnet altijd droog op te bergen. Niet alleen de
onaangename geurtjes zijn op den duur vervelend, maar ook
het materiaal heeft daardoor veel te verduren. Het vervoeren
van een schep- en/of leefnet kan heel erg goed met behulp
van een leefnettas. Maar voordat het netwerk daadwerkelijk
de schuur in gaat, is het zeker verstandig om het netwerk
eerst even te laten drogen.

Levend aas
-
Wormen kan je
uitstekend vinden in een mesthoop van een volkstuintje
bijvoorbeeld. Ze kosten niets en je hebt er zo veel je maar
wil. Heeft je buurman toevallig een volkstuintje , dan zit
je goed. Schenk hem eens een fles wijn. Dit doet wonderen.
-
Wormen kan je
het beste vers houden in een mini koelboxje. Boven in het
koelboxje leg je de wormen en onder een koelelementje , dit
zijn de blauwe koelelementen die je in een draagbare koelbox
moet leggen bij warm weer.
-
Wormen steeds in een koelkast
houden, ze blijven in een emmertje maanden goed. Wel
regelmatig de aarde verversen en de stand van de koelkast op
3 of 4 zette. Een oude koelkast in de garage of schuur is
hiervoor uitstekend. Maak wel zeer kleine gaatjes in het
deksel.
-
Knip juist voor een viswedstrijd op brasem met de feeder of de
pen een kleine hoeveelheid wormen. Doe in ieder feederkorf
een beetje van deze geknipte wormen. De kans op het vangen van
dikke brasem wordt hierdoor aanmerkelijk vergroot. Tijdens een
oefendagje moet je het zeker eens uitproberen.
-
Koop verse maden juist voor een viswedstrijd, als je geen beet
zou krijgen dan zijn de maden niet de oorzaak.
-
Was de verse maden met een zeepsopje en spoel ze onmiddellijk af
met zuiver water, en droog ze met een handdoek. Leg wel eerst de
handdoek in een grote kom klaar, want maden zijn verdomd zeer
snel.
-
Na
het zuiver maken doe de maden in een ruim doosje, doe er wat "Babycorn"
bij dit geeft een veel betere reuk af.
-
Sommige vissoorten reageren bijzonder goed op het regelmatig
voeren van bolletjes maden. Het enige probleem wat kan optreden
is dat de vis steeds ondieper gaat azen om als het ware de maden
op te vangen. Om dit te voorkomen kan fijn grind door de maden
worden gemengd, die gebonden worden. De bolletjes worden
hierdoor zwaarder wat het voeren met een katapult vereenvoudigd
en ze vinden sneller hun weg naar de bodem.
-
Heb je een viswedstrijd zorg dan om zoveel mogelijk verschillend
aas bij te hebben onder andere, dikke witte maden, kleine witte
maden, dikke vers de vase voor aan de haak , dunne vers de vase
voor in het visvoer, een blikje gekookte maïs zoet , grote
wormen, en zeer kleine wormen. Vis je op voorn vergeet dan niet
om gekookte en gewelde tarwe, gewelde hennep klein om te voeren,
en grote gewelde vishennep voor aan de haak. Dit zijn de hoofd
bestanddelen die je zeker tijdens een viswedstrijd niet mag
vergeten.
-
Ben je aan het vissen tijdens een viswedstrijd en je krijgt geen
beet meer wissel dan snel van aasaanbieding en ga bijvoorbeeld
over op dikke ver de vase of de genoemde muggen larven. Wacht
hiermee niet te lang, indien het toegelaten is natuurlijk.
-
Doe muggenlarven juist voor een viswedstrijd in je visvoer en
meng je voer goed. Het zal je meer vis opleveren. Doe dit ook
met visvoer voor brasem. Maar gebruik hiervoor geknipte wormen.
-
Met kunst ver de vase, kunst maden rood of wit kan je werkelijk
vis vangen. Probeer het maar gerust uit. Het zijn producten van
powerbait, dezelfde grote firma die de zeer beroemde powerbait
voor forel op de markt gebracht heeft.
-
Casters gekocht in een hengelsportzaak zijn vaak bewerkt met
speciale producten om ze langer te kunnen houden en verkopen.
Zelf gemaakte casters zijn veel beter en goedkoper.
-
Casters maken is heel eenvoudig. Doe zuiver zagemeel in een
plastiek kom gooi er een handvol maden in, af en toe met
een plantenspuit het zagemeel vochtig maken. Na een tijdje zie
je de maden bruin worden. Raap ze eruit of zeef ze met een
passende zeef. Opgelet in de zomer gaat deze gang van zaken veel
sneller. Je hebt dan wel een iets kleinere caster, maar wel
vers, en dat geeft toch weer de doorslag.
-
Doe een beetje casters of verpopte maden in een beetje water,
dit om het verkleuren van casters te vertragen en langer
bruikbaar te blijven. Denk aan het zuur worden. Een zure caster
wordt door de vis niet genomen.
-
In
de zomer kan het transport van wormen een probleem zijn. Wanneer
ze een dag in de hete zon hebben gestaan, zijn ze ´s avonds niet
meer te gebruiken. Dit probleem kan voorkomen worden door de
wormen op ijs te bewaren. Op die manier blijven ze niet langer
houdbaar, het smeltwater heeft ook een reinigende werking. Omdat
de ijsblokjes in de zomer in de wormendoos maar een beperkte
tijd houdbaar zijn, is het goed om een thermosfles met reserve
ijsblokjes mee te nemen, zodat je de ijsvoorraad af en toe kunt
aanvullen.

Visvoer
-
Neem ongeveer
1 a anderhalve kilogram visvoer mee voor een viswedstrijd op
brasem met de feeder of om te zinken. Vergeet niet om 1 kg
droog visvoer mee te nemen, als reserve. "Babycorn" is hier
het beste voor en is geschikt voor vele soorten vis. Als je
het visvoer te nat gemaakt hebt kan je hiermede het visvoer
weer optimaal bewerken.
-
Koop je
visvoer bij de boerenbond indien mogelijk, je bespaart er
een hoop geld mee en je vangt er geen visje minder mee.
-
Het enige
flavour of aroma dat werkt is "Vitamol" .....soms. Vitamol
wordt op het aas gestreken. Je kan soms het verschil merken.
-
Indien je
toch flavour of aroma's gebruikt doe dan niet te weinig in
het visvoer. De aroma stoffen gaan zo wie zo bijna volledig
verloren in de ontelbare liters water van de maas of andere
stromende rivier. Aroma's gebruiken op stilstaande plassen
is andere koek.
-
Voer alleen
bij stilstaand of teruggaand water op kanaal of stroom
bijvoorbeeld van maas of rivier. Visvoer ingooien bij sterke
stroming heeft geen of weinig invloed, en is misschien goed
voor de buurman, die profiteert van jou visvoer.
-
Doe bij
stroming steeds een beetje gezeefde leem in het voer, dit om
het zwaarder te maken, de vis heeft er geen probleem mee.
-
Gebruik geen
kiezelsteentjes in het visvoer, tijdens het opnemen van het
visvoer merkt de vis de kiezelsteentjes en laat het visvoer
dan maar liggen voor wat het is. U eet toch ook geen eten
met kiezelsteentjes.
-
Maak je
visvoer om te lokken en niet om de vis vol te voeren, een
veel gemaakte fout. Grof visvoer betekend snel een gevulde
maag, en weg zijn de vissen.
-
Met ongeveer
6 kg klaar gemaakt voornvoer kan je een viswedstrijd
uitvissen. Begin met 10 voerballen te maken ter grote van
een sinaasappel. Met het beginsignaal gooi je de 10
voerballen op de gewenste visplaats en laat dan de visplaats
in rust, begin te vissen.
-
Het teveel
kant en klaar visvoer kan je in de diepvriezer bewaren. Dat
kan weer gebruikt worden voor een oefensessie.
-
Maak je
visvoer klaar, laat het dan een half uurtje rusten. Daarna
eventueel weer water bijvoegen en goed mengen. Het eerste
maaksel zal een beetje uitdrogen , daarom het bijvoegen van
een beetje water.
-
Doe vishennep
in een thermos fles en giet er kokend water op. Laat 1 nacht
staan en je hebt ´s morgens de mooiste vishennep. Het
vishennep water niet weggooien maar er je voornvoer met
klaarmaken.
-
Kook
vishennep om in je visvoer te doen, laat het vishennep water
afkoelen en maak met dit water je voornvoertje klaar. Een
handvol of 3 is genoeg om een viswedstrijd uit te vissen van
3 a 4 uur.
-
Wil je dat
het visvoer goed plakt....doe er dan een beetje gemalen
lijnzaad in. Het lijnzaad wel malen met een beetje maïsmeel.
-
Voorns zijn
dol op duivenmest. Heb je in de buurt een duiven
liefhebber,vraag hem of je af en toe duivenmest mag komen
halen. Het zou al heel vreemd zijn als je het niet kreeg.
-
Maak tijdens
een feeder wedstrijd slechts 1 tot 2 voerplaatsen aan en
gooi steeds op dezelfde voerplaats, naar eigen keuze
natuurlijk. Het heeft namelijk geen zin om meer voerplaatsen
aan te maken tijdens een viswedstrijd , die tijd is er te
kort voor.
-
Een visvoer
feederbakje met deksel uit licht metaal is zeer handig.
Tijdens regen of zon steeds het deksel dicht maken,de zon is
namelijk vijand nummer 1. Een visvoer dat een wedstrijd in
de zon blijft staan wordt namelijk zeer snel onbruikbaar of
zuur.
-
Maïs wordt
vaak gebruikt voor het vissen op karper met de vaste hengel.
De kwaliteit van de maïskorrel is zeer belangrijk. Open
daarom de blikken ca. 2 dagen van te voren en zet deze koel
weg. Hierdoor worden de maïskorrels zachter en dat is wat de
karper wil hebben.
-
De
kleurstoffen van de bodemvoeren zijn af te stemmen op de
jaargetijden. O.a. geel en neutraal zijn goed vanaf mei tot
en met augustus. De donkere voersoorten zijn voor het
gebruik in de wintermaanden.
-
Indien u met uw lokvoer de groter vissen wilt
bereiken is het het aan te bevelen uw voer ruim op
tijd voor de vissessie aan te maken. Op deze manier
krijgen de voerdeeltjes meer tijd zich te
verzadigen. Kortom de actieve werking wordt uit het
voer gehaald. Hoe vaker u het voer bevochtigd en
zeeft des te meer werking wordt eruit gehaald.
|
 |
-
Om uw lokvoer
op een goede wijze aan te maken raden wij u aan enkele
regels te respecteren: - gebruik een zo groot mogelijke
bak (bijv. 40 liter teil) om uw lokvoer in aan te maken.
- meng voer net zo lang totdat er een homogene massa
ontstaat. - geef het aangemaakte lokvoer enige minuten de
tijd om vocht op te nemen. - zeef altijd uw lokvoer om
een goede water en lucht verhouding te verkrijgen en
eventuele klonten te verwijderen.
-
Heb je het op
voorn voorzien, dan gebruik je het beste een wat donkerder
voer dat een laag gehalte aan voedingsstoffen bevat en waar
weinig levend aas aan toegevoegd is. De gedachte hierachter
is dat voorn zich gewoon "veiliger" voelt boven een donkere
voerplek en een arm voer kan altijd aangevuld worden met het
bijvoeren van losse maden en casters. Wil je liever brasem
vangen, dan mag het gehalte aan maden, wormen en casters
fors worden opgeschroefd.
-
De basis van
een geslaagde visdag is dat je het voer aan het begin van de
sessie nauwkeurig weet te plaatsen. Als je het goed doet,
mag je gerust van een precisie bombardement spreken. Steek
de hengel een meter naar achteren en plaats het voer (mits
de stroming niet te hard is) exact op de top. Heb je ook
zover uit de oever nog een stijl talud, dan kan het helpen
de voerballen plat te drukken, zodat ze niet verder rollen.
-
Bij het
witvissen wint diegene die de meeste vissen weet te landen.
Dan is het welzo efficiënt wanneer je niet te veel tijd
kwijt bent met het voer. Ervaren witvissers zorgen dan dan
ook dat de voerballen voor het begin van de wedstrijd zijn
gemaakt en dat alles tijdens de wedstrijd bij de hand is. De
samenstelling van de voerballen wordt heel zorgvuldig
aangepast aan de omstandigheden ter plaatse, zodanig dat ze
direct voor het grijpen liggen.
-
Je staat aan
de waterkant en je wilt gaan "witten", maar je hebt je voer
vergeten. Nog is echter niet alles verloren. In geval van
nood kun je met zand en modder van de waterbodem ook een
nep.voerbal maken. Voordeel van zo´n bal slib is de enorme
modderwolk die al vanaf ver zichtbaar is. Van moddervoer
zullen de vissen ook niet dik worden. De donkere kleur is
natuurlijk en zal de vis niet afschrikken. De sluwe vissers
onder ons doen er ook nog wat gehakte wormen of enkele maden
doorheen als smaakmakers. Dus, terwijl het lijkt of je
visdag in het water valt, kun je met modderballen toch nog
een geslaagd avontuur beleven.
-
Voordat je
handen in het kleverige voer steekt, kun je ze eerst
inwrijven met aardappelmeel. Hiermee voorkom je dat voer en
maden aan je handen blijven kleven. Vooral op zanderige
oevers of oevers met grind moet je goed uitkijken om je
hengel niet te beschadigen. Wanneer je snel naar je hengel
moet grijpen, kan zand of een grindsteentje dat aan je
handen is blijven kleven de hengel in één klap tien jaar
ouder maken.
-
Gebruik bij
het aanmaken van je voer een grote emmer waar een zeef op
past. Voor het aanmaken van je voer neem je de benodigde
hoeveelheid, daarna ga een klein deel water toevoegen zodat
het voer vochtig aanvoelt, vervolgens laat je dit een poosje
staan voor het intrekken. Daarna meng je alles goed door
elkaar en druk je het door de zeef. Voeg daarna weer water
toe zodat je het op de juiste vochtigheid hebt, druk het nog
een keer door de zeef om geen klonters te krijgen en om je
voer luchtig te maken.
-
Omdat vissen
op hun reuk afgaan, levert het resultaat op om ze te voeren.
Hierdoor ontstaat een geurspoor waar de vis op af komt. Let
er wel op dat je dit spoor vers houdt: bijvoeren dus. Maar
vooral niet te veel! Je wilt hem immers lokken en niet zo
voederen dat hij geen interesse in het aas meer heeft.

Techniek
vaste stok
-
Een opsteker
wil zeggen dat de aas aanbieding niet goed is, brasem doet
dit maar al te graag. Ga dus dieper vissen, bijvoorbeeld
laat het onderlijntje 30 cm over de bodem zweven. Dit is een
ideale afstelling voor brasem.
-
Heb je een
viswedstrijd met de feeder, of vaste hengel...maak steeds
meerdere hengels klaar en peil het te vissen stukje water
juist af. Niets is zo frustrerend dan alles weer moeten af
te stellen ,waar de wedstrijdtijd toch al beperkt is. Het
kan je een mooie plaats of overwinning kosten....en die
kunnen zelden zijn. Laat niets aan het toeval over, er
bestaat geen toeval in het leven alles is voorbestemt.
-
Vis je met de
dobber, neem dan een watervaste viltstift mee om indien het
nodig is de antenne dobber een andere kleur te geven. Er
bestaan nu ook al een tijdje verwisselbare antenne dobbers
in alle kleuren.
-
Indien je met
de vaste hengel vist, schuif de hengel 1 meter achteruit en
voer 1 of 2 meter links of rechts van je dobber , naargelang
de stroom sterkte, hoe groter de stroom hoe verder je links
of rechts zult moeten voeren.
-
Let op je
buurman tijdens een viswedstrijd, als hij vis vangt en jij
niet dan klopt er iets niet. Misschien moet je dieper of
ondieper gaan vissen, of hij vist met een andere tactiek.
-
Vis je met de
dobber pas je dobber aan de stroming aan. Een dobber mag als
de hengel in de steun staat niet uit het water stijgen, de
antenne alleen mag zichtbaar zijn, ook bij zware stroming.
-
Zet tijdens
het voornvissen nooit een roofvis bij de voorntjes. Zet de
roofvis onmiddellijk terug indien mogelijk. De paniek in het
leefnet zal op die manier zeker beperkt blijven.
-
Vele viswedstrijden worden gevist op aantal en gewicht. Vis
bijvoorbeeld een tijdje met de feeder en een tijdje met de vaste
hengel in het kantje op de kleine voorns. Ieder voorntje is een
puntje erbij. Blijf niet vissen op brasem of andere grote vis.
Schakel op tijd over naar het kleine grut. Hierdoor zal je in
het algemeen klassement weer een plaatsje stijgen.
-
Een te ver ingeslikte haak bij een vis nooit met geweld uit de
vis trekken, maar het vissnoer met een schaartje afknippen. Het
wondje van de vis heelt zeer snel. De vis zal je dankbaar zijn
en een onderlijntje verwisselen is geen probleem.
-
Als je vast komt te zitten met de vaste hengel, bijvoorbeeld
door stenen of een ander opstakel, begin dan langzaam de hengel
met je beide handen naar rechts te draaien. Trek ook
langzaam de hengel terug naar achter. Op die manier verspeel je
wel het haakje , maar je hebt wel je gehele lijn terug. Het is
maar een weet.
-
Vis kan je ook vangen door te "tonken". Dit wil zeggen...neem
een lijntje iets korter als de hengel is. Doe onderaan een
loodje van 20 of 30 gram daaronder doe je een onderlijntje aan.
Door nu de hengel langzaam op en neer te bewegen zal de vis
attent gemaakt worden op het aas aan de haak. Op deze manier kan
je veel vis vangen als ze bijten...als. Probeer het maar eens.
Aanvoeren mag.
-
Als je vist met de vaste hengel en je vist zinkend zet dan een
klein gekleurd bolletje op het topoogje. De beetregistratie zal
hierdoor beter te zien zijn. Maak het bolletje rood met speciale
dobberverf. Die is in iedere hengelsportzaak te koop.
-
Vis je een wedstrijd op aantal en gewicht, wissel dan van
tactiek. Vis een uurtje op dikke vis en een uurtje op het kleine
grut. Op deze manier kan je punten opbouwen in aantal en
gewicht. Vis vlak in het kantje en met een licht lijntje. Gooi
regelmatig een beetje gekookte vishennep bij. Kijk maar eens bij
echte topvissers en grote viswedstrijden op aantal en gewicht.
-
Vissen die juist geland zijn hebben vaak de nare gewoonte flink
te keer te gaan in het schepnet. Dit is al voor een groot deel
te voorkomen door tijdens het binnenhalen van het net de lijn op
spanning te houden. Door gebruik te maken van uw voet waarover u
de steel laat schuiven kunt u het net en de topset
tegelijkertijd binnenhalen.
-
Neem het stukje toprubber een paar centimeter te lang, zodat het
over de top uitsteekt. Dan houdt de stugheid van het
overstekende eindje rubber de lijn van de top af, waardoor het
hinderlijke "plakken" aan de natte hengel of het vasthaken
achter de kikkertjes een stuk minder wordt.
-
Als je eenmaal de visdiepte vastgesteld hebt, markeer je met
vetkrijt de visdiepte. Dit doe je door de dobber naast je hengel
te houden en met krijt een streepje te zetten op de plaats waar
de bovenkant van de dobber tegen de hengel komt. Mocht om de één
of andere reden je dobber verschuiven dan vind je nu gemakkelijk
de juiste diepte terug.

Techniek feeder hengel
-
Vis je met de
feeder en er drijft veel vuil op het water, vis dan zonder
voorslag of zeer korte voorslag. Heb je een mooie vis aan de
lijn dan kan je hem niet binnendraaien door het knoopje van
de voorslag. Daar blijft juist het vuil in hangen, dus denk
hier goed aan.
-
Breng de
feederhengel onmiddellijk in de verticale stand, na het
ingooien, lijnbreuk zal dan minder optreden. Zelfs
gevlochten touw knapt af met de feederhengel in de
horizontale stand. En gooi met gevoel, dit is zeer
belangrijk.
-
Vis met een
zo licht mogelijk feederkorf , de vissen zullen er minder
weerstand door voelen, denk echter wel aan de stroming . Hoe
meer stroming hoe zwaarder feederkorf je moet gebruiken.
-
Doe iedere
keer bij het feederen wat casters in de feederkorf en niet
in het visvoer. Casters worden zeer snel zuur, dit komt het
visvoer zeker niet ten goede. Ook casters plat geknepen in
de feederkorf zijn uitstekend. Je moet er tijdens het vissen
wel aan denken.
-
Sommige
feedervissers gooien een feederkorf een keer of zeven op
dezelfde plaats om een voerplaats op te bouwen. Het kan ook
anders, namelijk bij het begin van een wedstrijd om de 2 a 3
minuten opnieuw ingooien. De kans dat je een vis tijdens
deze 2 a 3 minuten vangt is steeds aanwezig, en zeker niet
uit te sluiten.
-
Bij de minste
beweging van het feedertopje aanslaan. Doe je dit niet en
denk je hij zal wel weer bijten , die visser vergist zich.
-
Bij zware stroming heeft de feederkorf de neiging om te gaan
rollen, dit klopt ook gedeeltelijk....maar zeer dikwijls is het
een aanbeet die het topje terug laat komen. Dus hier ook
onmiddellijk reageren. Beter te vroeg aangeslagen dan helemaal
niet , je zult het wel merken.
-
Feederlood kan je thuis zelf gieten. Er bestaan mallen hiervoor.
Zelf gegoten feederlood is in ieder geval goedkoper dan te
kopen. Je kan ook zelf een mal maken uit U-vormig aluminium 1
bij 1 cm bijvoorbeeld. Het komt erop aan welke vorm je precies
wil.
-
Ga
je zinkend vissen met de feederkorf , vis dan eens recht onder
je topoogje. Goed aanvoeren op je visplaats en dan maar wachten.
De vis zal zeker na een tijdje beginnen bijten. Ook hier moet je
het nodige geduld voor opbrengen.
-
Ga
je vissen op grote diepte het visvoer vaster in de korf knijpen.
Te los feedervisvoer komt reeds los bij aanraking met het water.
-
Om
constant op dezelfde plaats te werpen kun je het beste gebruik
maken van de lijnclip op de molen. Bij sommige molens is het
raadzaam de clip minder scherp te maken. Dit kun je eenvoudig
doen met een hobbymesje en fijn schuurpapier. Een andere tip is
een dik stuk wedstrijdelastiek in de clip te plaatsen en dit
doet dan tevens dienst als buffer.
-
Tijdens het feederen gelden feitelijk dezelfde regels als bij
het vissen met een vaste hengel. Verander net zo lang de
presentatie en het aas totdat u een perfecte combinatie gevonden
heeft die op dat moment de meeste vissen oplevert.
-
Hoe zorg je dat een gewone, ronder voerkorf niet met de stroming
kan wegrollen ? Goed, je kunt hem plat drukken, maar dan past er
minder voer in. Beter is het, om een stukje koperdraad rond de
bodem te wikkelen en beide uiteinden links en rechts laten
uitsteken. Dan kan de korf door het buigzame draad, net als bij
een ankerlood, stabiel genoeg blijven liggen. Koperdraad uit
stroomkabel is hiervoor het meest geschikt. De isolatie hoef je
nog niet eens te verwijderen. De korf blijft vast en zeker
liggen. In rustig water druk je de uiteinden plat tegen de
feeder, zodat ze niet meer storen bij de inworp.
-
Bind op de feedersteun een stuk doek of spons vast en bevochtigt
deze dan met afwasmiddel, dan kun je bij het binnenhalen van de
lijn af en toe de lijn hier overheen laten glijden. Het
afwasmiddel ontvet, dus de lijn zinkt sneller.
-
Wanneer je een molen hebt zonder lijnklip , dan kun je een reep
binnenband van een fiets om de spoel heen trekken wanneer de
afstand goed is. Bij het binnendraaien spoelt de lijn over het
rubber en bij het ingooien stopt de lijn bij het rubber.
-
Het is handig om wat losse strippen lood in de viskist te hebben
liggen van bijv. 5, 10 en 20 gram. Wanneer dan de korf iets te
licht is, kun je er heel eenvoudig een strip bij klemmen.
-
Wanneer gevist wordt met een gaaskorf of een andere korf met
gaten en het voer gaat er te snel uit, dan kun je of het voer
wat natter maken of wat isolatietape om de korf wikkelen zodat
er minder of geen open gaten meer inzitten.
-
Wanneer je last hebt van harde stroming, zet dan de top van de
hengel eens omhoog. Nu ligt er minder lijn in het water, dus
minder stroomdruk op de lijn.
-
Zorg bij een wedstrijd dat je altijd twee feederhengels hebt die
op precies dezelfde afstand staan afgesteld. Wanneer er dan iets
mankeert aan de hengel of lijn waar je mee aan het vissen
bent, dan kun je meteen de andere hengel ingooien die dan op
precies dezelfde afstand ligt. Dit scheelt weer tijd en die kun
je wel eens nodig hebben.
-
Voor feeder vissen in sterke stroming kun je het beste vissen
met een voorslag. Dat wil zeggen, het eerste gedeelte van de
lijn is dikker dan de rest op de spoel van de molen. Meestal
wordt een lengte voor de voorslag aangehouden van 1,5 maal de
lengte van de hengel. In principe kun je nu met lichtere
korven vissen omdat alleen de eerste 5 meter van de lijn dikker
is en de rest niet zodat je minder last hebt van de stroomdruk
op de lijn.
-
Een werphengel moet beschikken over een progressieve buiging.
Dat wil zeggen dat de buiging geleidelijk toeneemt naarmate de
hengel ombuigt. Als dat niet het geval is, kun je nooit perfect
werpen en drillen.
-
Snel zinkend! De meeste lijnen die tegenwoordig voor de
feedervisserij op de markt worden gebracht zijn zinkend. Om
ervoor te zorgen dat de lijn nog sneller onder water verdwijnt
om toch maar geen enkele aanbeet te missen, richten we de
hengeltop direct na de worp richting water of duwen deze er
zelfs onder. Zo wordt van twee zijden tegelijk de lijn onder
water gedrukt. Zeker op stilstaand water erg belangrijk om elke
andere invloed van wind of oppervlaktestroming te voorkomen.
-
De grootste
irritatie van iedere feedervisser is een twistende lijn. Het
gebruik van (drie) dubbele wartels is hiervoor de ideale
oplossing. Toch kan het voorkomen dat de lijn toch in de twist
raakt. Dat gebeurt messtal als aan het begin van de vissessie de
eerste korven voer worden gezet en de lege korven met hoge
snelheid worden binnengedraaid. Een simpele tip: hou de
hengeltop naar het water gericht en niet omhoog, daarmee is het
probleem meestal verholpen.

Wintertips
-
Bij
het vissen op sneeuw en ijs kan de kou door je
laarzen heentrekken en de rest van je lichaam aardig
onderkoelen en vissen is dan niet zo plezierig meer.
Je moet contact van je voeten met sneeuw of ijs zien
te voorkomen. Een eenvoudige, houten plank is de
goedkoopste oplossing, maar een tempex plaat
isoleert natuurlijk nog beter.
-
Twee
paar sokken dragen tegen de koude is niet nieuws.
Maar gegarandeerd warme voeten behoud je door
plastic zakjes tussen die sokken te dragen. Zo
voorkom je dat alle sokken nat worden van het zweet,
dat vervolgens weer condenseert tegen de binnenkant
van je laars. Trek eerst een dunne sok aan, daarover
een plastic zakje en vervolgens een dikke sok.
Thermolaarzen erover en je bent klaar voor een koude
winternacht. Weliswaar worden de dunne sokken, nat
van de condens, maar doordat de dikke sokken en je
laarzen droog blijven behoud je warme voeten.
|

|
-
Droge,
opengebarsten huid, vooral op de bovenkant van je handen,
iedereen kent het wel. Door je handen goed in te smeren met
een vettige handcrème, voorkom je deze beschadigingen. Let
wel goed op dat je aas niet in contact komt met de crème,
vissen zullen de smaak waarschijnlijk niet echt waarderen.
-
Bij het
(bootvissen) wordt er alles aan gedaan om het lichaam warm
en droog te houden. Een vaak vergeten lichaamsdeel is het
achterwerk. Dikke jas en thermoslaarzen zijn meestal wel
aanwezig, maar als je op een koude, natte ondergrond gaat
zitten koel je in een mum van tijd nog onaangenaam af. Een
isolerend, oud stuk tapijt en/of een stuk plastic(tas)
voorkomen een nat achterwerk.
-
Een
zakoventje is lekker voor je handen, maar ook onder
je kleren. Op een enkel koolstafje kan zo´n
handwarmer tot wel zes uur branden. Bij sterke wind
kun je het best het koolstaafje al thuis aansteken,
dit zal dan aan het water bijna niet lukken. Er zijn
trouwens ook benzineoventjes verkrijgbaar. Omdat de
oventjes erg heet kunnen worden, kun je het best een
oude sok omheen trekken en zo blaren in de sneeuw
voorkomen. Een ander verwarmingselement, ook voor de
innerlijke mens, is natuurlijk de hete kop thee of
koffie uit een goed isolerende thermosfles. Pas of
met alcoholische toevoegingen, die hebben na een
paar uur vaak een ongewenst effect !
|
 |
-
Bij
temperaturen ruim onder nul kunnen de ogen van je hengel
gemakkelijk dichtvriezen. Dit wordt voorkomen door de ogen
in te smeren met (zuurvrije!) geurloze vaseline, die je
gewoon bij de apotheek kunt kopen. Hierbij ook opletten voor
het contact met het aas.
-
De
temperatuur is stevig gedaald en de pierendoos geeft een
enigszins treurige aanblik. Hoe kouder het wordt, hoe
slapper de pieren en al snel blijft er niets meer van over.
Om ze stevig te houden, leg je ze direct naast of op een
handenwarmertje, verkrijgbaar in de betere
hengelsportspeciaalzaak. De pieren hebben deze warmte echt
nodig omdat ze nog de nodige vissen moeten verleiden, daar
onder op de bodem.
-
Bereid alles
goed voor, vissen in de kou gaat alleen van een leien dakje
wanneer alles snel bij de hand is en er weinig geknoopt
hoeft te worden
-
Zet je
warmtelaarzen of schoenen een avond van te voren binnen om
ze op temperatuur te laten komen, koud schoeisel krijg je
aan de waterkant van je levensdagen niet meer warm.
-
Zorg altijd
voor een goede handdoek om je handen te drogen, natte handen
worden zeer snel koude handen.
-
Het klinkt
misschien wat kinderachtig, maar zet die muts nou eens op!
Driekwart van de je lichaamswarmte verlaat het lichaam
namelijk via je hoofd.
-
Nog enkele
algemene hoofdregels voor vissen tijdens koude winterdagen:
·
Pas je voertechniek aan, aan het aasgedrag van de
vis.
·
Het water is helderder, de voerplek mag niet te
licht zijn.
·
In de winter moet je dunner vissen.
·
Een ketting van lood zorgt voor een nauwkeurigere
beetindicatie.
·
Wanner je zelf staat te rillen, heeft dit meteen
invloed op de vangst.
Mede mogelijk gemaakt door Hsv.St.Petrus.Linne.
 |